Verplichte compartimentering kokers voor rookgasafvoeren

vrijdag 23 maart 2018 - 09u56
compartimentering kokers voor rookgasafvoeren compartimentering kokers voor rookgasafvoeren

Bij de constructie van kokers in een gebouw is het belangrijk te weten dat rookgasafvoeren niet samen met andere leidingen in een koker mogen zitten. Wij geven enkele aandachtspunten mee bij het ontwerp en de constructie van kokers.

Brandveiligheid

Rookgasafvoeren mogen om branduitbreiding te vermijden niet samen met andere leidingen en kabels in dezelfde koker zitten. Dat is een beslissing van de Hoge Raad voor Beveiliging tegen Brand en Ontploffing. In een technische schacht moeten de rookgasafvoerkanalen:

  • ofwel als enig type kanaal of leiding in de schacht lopen,
  • ofwel gescheiden worden met een wand met brandweerstad EI 30 van andere kanalen en leidingen.

Onder andere leidingen en kanalen verstaan we onder meer:

  • Waterleidingen (toevoer en afvoer)
  • Elektriciteitskabels
  • Gasleidingen
  • Telecomkabels

Deze vereisten gelden voor alle rookgasafvoerkanalen, ongeacht het type (enkelwandig, dubbelwandig, dubbelwandig geïsoleerd, concentrisch) of het gebruikte materiaal (aluminium, beton, keramiek, rvs, kunststof).

Voor de brandveiligheid van een koker gelden maximale waarden voor stabiliteit (R), vlamdichtheid (E) en thermische isolatie (I). Die waarden verschillen naargelang er sprake is van laag, middelhoog of hoog gebouw. Ze kunnen van toepassing zijn op:

  • Wanden (doorlopende koker en een koker met brandscherm)
  • Toegangsdeuren- en luiken (doorlopende koker en een koker met brandscherm)
  • De doorlopende vloerplaat (koker met doorlopende vloer)
  • Het brandwerend scherm (koker met brandscherm)

Andere aandachtspunten op vlak van kokers en brandveiligheid zijn:

  • Het uitmonden van kokers in een dak in combinatie met naburige opgaande gevels: gevelopeningen voorzien van brandwerend scherm of brandwerende openingen voorzien, brandwerende uitvoering van de bovenzijde van de koker of plaatsing van brandwerende schermen tussen de koker en de openingen in de gevel.
  • Kokers installeren in (de sas van) een trappenhuis mag in lage en middelhoge gebouwen. De deuren en luiken van de koker mogen er ook op uitgeven. In hoogbouw tot 36 meter, met maximum vier appartementen per bouwlaag en per trappenhuis mag dat enkel volgens brandnorm art. 4.2.2.9. In andere hoge gebouwen is het verboden.

Rookgasafvoeren voor stookinrichtingen

Is de rookgasafvoer groter dan 70 KW, dan is een aparte koker sowieso verplicht. Voor plaatsing en dimensionering geldt NBN S 61-001. Is de rookgasafvoer kleiner of gelijk aan 70 KW, dan gelden enkele specifieke vereisten:

  • Is de koker uitsluitend bestemd voor rookgasafvoer, dan moeten boven- en onderverluchting worden voorzien zodat de temperatuur altijd onder 40° C blijft.
  • Worden de rookgasafvoer in een afgeschermde zone van de koker geplaatst en is de koker geen verticaal brandcompartiment, dan moeten niet-afsluitbare openingen met een minimale sectie van 50 cm² voor een maximumtemperatuur van 40° C zorgen.
  • Diezelfde openingen monden – als de koker een verticaal brandcompartiment vormt – onderaan uit in het gebouw en bovenaan in de buitenomgeving. In de ruimte tussen rookgasafvoer en mantel zorgen ze voor verluchting, in de rest van de koker voor een maximumtemperatuur van 40° C.

EPB-verslaggeving

Bij de constructie van een koker wordt gekozen tussen een doorlopende of onderbroken koker. Dit heeft gevolgen voor de EPB-verslaggeving:

  • Een doorlopende koker wordt beschouwd als een gemeenschappelijk deel, een onderbroken koker is deel van een aangrenzende bestemming.
  • Bij een doorlopende koker geldt geen maximale U-waarde. Bij een onderbroken koker met een vloer- of plafondoppervlakte groter dan 0,5 m² gelden maximale U-waarden voor buitenomgeving, grond en andere EPB-eenheden of gemeenschappelijke delen. Bij een vloer- of plafondoppervlakte kleiner of gelijk aan 0,5 m² wordt de samenstelling verondersteld identiek te zijn aan de omliggende vloer- of plafondconstructie, al mogen de waarden hiervan afwijken.

Isolatie

De keuze van materiaal voor inwendige isolatie van kokers is erg belangrijk. Dat moet voldoen aan een brandklasse van minstens A2-s3,d2 (A2-s2 voor de bodem van de koker) volgens EN13501-1 (en niet de oude NBN S 21-203). Veel isolatiematerialen halen die norm niet.

Tussenafstand tussen leidingen

Een onderbroken koker met doorlopende vloer vraagt grotere tussenafstanden tussen de leidingen dan een doorlopende koker. De kanalen en buizen moeten een tussenliggende afstand hebben van minimum de diameter van de breedste buis. Een doorlopende koker is compacter.

Akoestiek

Het gemeten geluid bepaalt het niveau van comfort (‘verhoogd’, ‘normaal’ en ‘voldoet niet’). Het niveau wordt bepaald door de gemeten decibels en het verschil tussen de metingen met en zonder installatie in werking.

Meer info over warmtepompen, condensatieketels of andere technieken? Contacteer ons gerust.