CIE Fluxcodes van verlichtingsarmaturen zijn zeer belangrijk voor het E-peil van niet-residentiële gebouwen

48_09_fig15

In de EPB berekeningen moet elke armatuur afzonderlijk worden ingegeven.

Er zijn twee manieren waarop uw EPB verslaggever dat kan doen.

1. Ingave van een waarde bij ontstentenis

Indien de fabrikant de CIE fluxcodes niet kan of wil aanleveren moet er met een waarde bij ontstentenis gewerkt worden.

Dit heeft een zeer negatieve impact op het E-peil van de berekening.

Door met de waarde bij ontstentenis te werken stijgt het E-peil gemakkelijk 30 punten, afhankelijk van het aantal armaturen dat in het ontwerp voorzien is.

Om te vermijden dat het E peil van uw project onrealistisch hoog is, is deze manier van ingave in de EPB software dus zeker niet aangewezen.

Het is daarom noodzakelijk dat u vóór de werken alle armaturen en alle CIE fluxcodes laat controleren door uw EPB verslaggever.

 

2. Gedetailleerde ingave

Bij deze tijdrovende methode geven we voor alle armaturen alle noodzakelijke details in de software in.

De in te geven details zijn drieledig :

  • de CIE fluxcodes (.N2, .N4 en .N5)
  • de lichtstroom per lamp (in lumen)
  • het aantal lampen per ruimte

De aannemer die de armaturen levert en plaatst en of de leverancier van de armaturen is verantwoordelijk voor het aanleveren van alle juiste details (zie EPB decreet).

Het is daarom noodzakelijk dat deze gegevens gekend zijn vóór u ook maar een bestelling plaatst bij een aannemer of leverancier.

Na de werken stellen we immers dikwijls vast dat er van de geplaatste armaturen geen CIE fluxcodes gekend zijn.

Zeker in het geval van goedkopere armaturen van onbekende fabrikanten en of armaturen op maat vervaardigd.

Het niet ter beschikking hebben van deze CIE fluxcodes kan dus een zeer negatieve impact hebben op uw E peil met mogelijke (zeer hoge) boetes van het Vlaams Energie Agentschap tot gevolg.

Vraag nu uw offerte